Home » Voor wie » Zorginstellingen » Hoe richt je een woongroep in voor zoveel mogelijk zelfstandigheid?
Hoe richt je een woongroep in voor zoveel mogelijk zelfstandigheid?
Zelf koffiezetten, meehelpen met koken, aan tafel gaan, naar het toilet of iets uit een kast pakken. Juist in deze alledaagse momenten liggen binnen een woongroep veel mogelijkheden om bewoners zoveel mogelijk zelf te laten doen. De inrichting van een woongroep speelt daarbij een belangrijke rol. Een keukenblad dat te hoog is, een kast die buiten bereik hangt of een wastafel die niet goed toegankelijk is, kan ervoor zorgen dat iemand hulp nodig heeft. Terwijl een omgeving die beter aansluit juist kan uitnodigen om zelf in beweging te komen en mee te doen.
Zelfstandigheid begint bij de dagelijkse activiteiten
Bij het inrichten van een woongroep wordt vaak gekeken naar wat er per ruimte nodig is: een keuken, sanitair, meubilair en eventuele hulpmiddelen. Maar minstens zo belangrijk is de vraag: wat willen bewoners hier zelf kunnen doen?
In een keuken kan dat variëren van een boterham smeren en koffiezetten tot samen een maaltijd bereiden. In de badkamer gaat het bijvoorbeeld om handen wassen, persoonlijke verzorging of zelfstandig naar het toilet gaan. En in de gezamenlijke ruimte kan het gaan om eten, een activiteit uitvoeren of vanuit een rolstoel goed aan tafel kunnen zitten. Door eerst naar deze dagelijkse handelingen te kijken, wordt duidelijker waar de inrichting moet ondersteunen.
Waar moet een keuken in een woongroep aan voldoen?
De keuken is bij uitstek een plek waar bewoners actief bij het dagelijks leven betrokken kunnen worden. Een standaardkeuken is echter niet voor iedereen goed bruikbaar.
Een hoog-laag keuken kan uitkomst bieden wanneer verschillende bewoners de keuken gebruiken. Het werkblad kan op de gewenste hoogte worden ingesteld, zodat er zowel zittend als staand aan gewerkt kan worden. Doordat het werkblad bij de spoelbak en kookplaat ook onderrijdbaar is, kunnen deze ook vanuit een rolstoel goed worden gebruikt.
Ook de plaats van apparatuur en kastruimte verdient aandacht. Kunnen bewoners zelf bij wat zij regelmatig gebruiken? Is de bediening bereikbaar? En kunnen handelingen veilig worden uitgevoerd?
Eén gezamenlijke ruimte, verschillende bewoners
Een woongroep wordt door meerdere mensen gebruikt. De ene bewoner gebruikt een rolstoel, een ander loopt zelfstandig en weer een ander wisselt gedurende de dag tussen zitten en staan. Een inrichting met één vaste werkhoogte past daardoor niet altijd bij iedereen. Een hoog-laag tafel kan bijvoorbeeld tijdens de maaltijd op een andere hoogte worden gebruikt dan tijdens een activiteit. Ook kan de hoogte worden afgestemd op verschillende bewoners.
Naast hoogte is de vrije ruimte rondom en onder meubilair belangrijk. Een tafel kan op papier hoog genoeg zijn, maar toch lastig bereikbaar zijn wanneer een onderstel of tafelpoot in de weg zit. Bij het beoordelen van toegankelijkheid gaat het daarom altijd om de combinatie van maatvoering, bereikbaarheid en de manier waarop een ruimte daadwerkelijk wordt gebruikt.
Wat kan iemand zelf in de badkamer en toiletruimte?
Ook in de badkamer en toiletruimte is het zinvol om naar afzonderlijke handelingen te kijken. Kan iemand zelfstandig bij de wastafel komen en de kraan bedienen? Lukt gaan zitten en opstaan bij het toilet? Kan iemand de persoonlijke verzorging zelf uitvoeren? En hoeveel ondersteuning is nodig bij een eventuele transfer?
Soms zit de winst in de inrichting van de ruimte, bijvoorbeeld in de positie of hoogte van voorzieningen. In andere situaties kan een verstelbare wastafel, sta-op toilet of wellness toilet een bepaalde handeling ondersteunen. Wanneer een transfer nodig is, moet daarnaast voldoende ruimte beschikbaar zijn voor zowel de bewoner als de zorgmedewerker en eventuele transferhulpmiddelen.
De vraag is dus niet alleen welke voorzieningen in een badkamer aanwezig moeten zijn, maar vooral hoe iemand ze in de praktijk gebruikt.
Hoe houd je rekening met verschillende en veranderende zorgvragen?
Een woongroep wordt meestal voor langere tijd ingericht, terwijl de samenstelling van bewoners kan veranderen. Ook de mogelijkheden van een bewoner kunnen in de loop van de tijd veranderen. Dat vraagt om een zekere flexibiliteit in de inrichting. Voorzieningen die in hoogte verstelbaar zijn, kunnen bijvoorbeeld door verschillende bewoners worden gebruikt. Voldoende bewegingsruimte maakt het mogelijk om ondersteuning te bieden wanneer dat nodig wordt.
Bij nieuwbouw of renovatie is het daarnaast verstandig om vooruit te kijken naar voorzieningen die bouwkundige gevolgen hebben. Denk bijvoorbeeld aan de benodigde ruimte voor transfers of de constructieve voorbereiding voor een plafondliftsysteem. Als dergelijke mogelijkheden vroeg worden meegenomen, blijft er later meer vrijheid om een ruimte anders te gebruiken.
Hulp nodig bij het meedenken?
Pronk ergo Woon+ ondersteunt ergotherapeuten met advies en maatwerkoplossingen. We denken graag met je mee om tot een passende en slimme oplossing te komen.